Terugblik 2019

Zondag 13 oktober 2019 – NATUURWANDELING in MOEN met gids

Zaterdag 14 september 2019 – Bezoek aan het RED STAR MUSEUM Antwerpen

Zondag 18 augustus 2019 – FIETSTOCHT – De Ooidonksfietsroute

Zaterdag 6 juli 2019 – BARBECUE met Liever Gelijk

21 – 23 juni 2019 : Weekend Liever Gelijk

  • Opnieuw op weekend met Liever Gelijk.  Met 28 man trokken we dit keer naar de Flandrienhoeve in Kluisbergen.  Nog nooit zijn er in onze lange geschiedenis zovelen mee op weekend gegaan.  Voor de organisatoren natuurlijk een hele kluif om zo’n bende in bedwang te houden, maar dat viel allemaal heel goed mee, zoals later zou blijken.

    De Flandrienhoeve ligt in het zacht glooiende landschap van de Vlaamse Ardennen.  De kamers zijn alle naar Vlaamse renners vernoemd.  En natuurlijk profiteerden we dit keer opnieuw van een fantastisch weertje.  Vanaf 18u gingen de deuren open voor het grote publiek, maar sommigen waren al wat vroeger gekomen om een helpende hand toe te steken.

    Hans en Geert hadden dit keer weer het vrijdagavond maal voorzien.  Een voorgerechtje met tomaat, mozzarella, Italiaanse ham en rucola.   Nadien een heerlijke spaghetti.  En als dessertje een lekker ijsje.  Maar natuurlijk moesten we vooraf nog aperitieven.  Buiten op het gazon werden  tafels opgesteld en alle stoelen werden in een grote kring daarrond gezet.  In het avondzonnetje lieten we ons de dranken en de hapjes goed smaken.  We moesten immers niet meer de baan op en dan kan dat wel.

    Na het avondmaal vergastte Kurt O. ons nog op een zelfgemaakte quiz.  Hij had er zijn werk van gemaakt, zo zeer zelf dat we de quiz over twee avonden moesten spreiden.

    De quiz was een beetje gebaseerd op de Homo Universalis, want na elke proef vielen er eentje of twee af.  Om een paar proeven op te noemen: we moesten de lengte van een touw raden, de leeftijden van een aantal bekende holebi’s.  Nadien een paar proeven buiten, zoals balletjes gooien in een tas, met een balletje tussen de knieën een afstand afhuppelen.  De proeven waren inderdaad niet zo gemakkelijk en we moesten dikwijls herbeginnen.   De tofste proef vond ik echter de Alzheimer Quiz: zoveel mogelijk voorwerpen onthouden en nadien opschrijven.

    Tot daar het eerste deel van de quiz, we zouden de volgende avond wel verder doen.  Natuurlijk werd er nadien nog een drankje genuttigd, tafelvoetbal en nog een paar andere gezelschapsspelletjes gespeeld.  Waar vorig jaar de spelletjes tot diep in de nacht duurden, gingen de meesten nu op tijd naar bed.  We hadden de volgende dagen immers een heel programma af te werken.

    Na, misschien voor sommigen, een niet zo verkwikkende nachtrust, mochten we toch genieten van een uitgebreid ontbijt die zaterdagmorgen.  Als eerste buitenactiviteit van ons weekend, gingen we op stap naar de top van de Kwaremont.  Langs landelijke wegeltjes, allemaal netjes op een rij, bereikten we het zenuwcentrum waar de Ronde van Vlaanderen elk jaar weer duizenden toeschouwers lokt.    Eddy, immers van de streek, wist ons te vertellen dat de naam Kwaremont van Gallo-Romeinse oorsprong is en vierkante berg betekent.  Na een rondje door het dorp waar we een paar mooie kunstwerken in de tuinen mochten bewonderen, trokken we terug naar onze hoeve om met een aantal auto’s naar Oudenaarde te trekken voor onze eerste activiteit die dag.

    We werden door twee gidsen, Wivine en Dirk, verwacht aan het Stadhuis van Oudenaarde voor onze stadswandeling over “Arbeiders en Baronnen”.  Misschien door een kleine onoplettendheid, omdat daar toevallig een lokale schoonheid passeerde – wie zal het zeggen – verloor er eentje zijn evenwicht en viel ter aarde neder.  Tja, onze Jan H. zal zich dit weekend nog wel lang blijven herinneren als datgene waarop hij zijn elleboog brak.   Gelukkig hadden we onze flying nurse Eddy die hem op tijd naar het ziekenhuis bracht om hem een beetje op te lappen.

    Onze 28-koppige bende werd in tweeën gedeeld en ging elk met zijn eigen gids mee.  Onze groep werd begeleid door Wivine, een dame heel rad van taal en ook heel bevlogen.

    Wivine nam ons eerst mee naar de Hoogstraat, een van de voornaamste straten van Oudenaarde en waar nu vele scholen, zij aan zij liggen.  Onze gidse wist ons te vertellen, dat Oudenaarde op het einde van de negentiende eeuw een heropleving onderging, mede door de bouw van een station (eigenlijk op het grondgebied van Bevere), gelegen buiten de stadswallen die in de 18e eeuw gesloopt werden.

    Zij nam ons mee naar het Tacambaroplein, een plein ter nagedachtenis aan de Belgische vrijwilligers die in  Tacambaro in Mexico omkwamen in het Mexicaanse avontuur van Maximiliaan van Oostenrijk en de Belgische prinses Charlotte.  Het beeld op het plein kijkt in de richting van Mexico. Wivine wees ons daar ook op verschillende huizen van textielbaronnen.  Van de textielfabriek zelf, van de broers Omer en Prosper Gevaert, is er niet veel meer over.  We herkenden nog de industriële gebouwen met de typische daken, nu een parking van een fitnesszaak, het oude stoommachinegebouw, de opslagplaatsen in “Manchesterstijl” (een bakstenen gebouw met brede vensters).  De wijk die door Gevaert voor zijn werknemers was aangelegd, was echter nog helemaal behouden.  We verbaasden ons over de toenmalige “arbeidershuizen” die zelfs voor de begrippen van deze tijd niet klein te noemen zijn. We maten een gevelbreedte van zeker 5 meter.

    Je had er een strategisch gelegen café op een hoek, vroeger “Werkmanslust” nu de Pink Panther genaamd, en aansluitend de bakstenen huizen met trapgeveltjes en bakstenen ornamenten, ontleend aan ontwerpen uit de textielsector

    Elk huis had ook een tuintje en vooruitstrevend voor die tijd, aansluiting op stadsgas, elektriciteit en riolering.

    Dan verder naar het stadspark Liedts, vroeger eigendom van de vooraanstaande familie Liedts. Charles Liedts, een belangrijke Belgische jurist en staatsman, liet er rond 1860 een buitenverblijf bouwen.  Na succesvolle diplomatieke onderhandelingen met Frankrijk werd hij baron en koos hij als devies “All for Duty”. Deze familieleuze prijkt nog altijd op de cartouches van het huidige kasteel.

    Charles’ zoon, Amedée Liedts, verbouwde het oorspronkelijke pand. De kinderloze Amedée schonk het “Kasteel Liedts” met de bibliotheek, de kunstverzamelingen en de tuin in 1907 aan de stad op voorwaarde dat de begrenzing van het “Park Liedts” nooit zou wijzigen en dat ook de volkstuintjes bleven bestaan. Nu is het kasteel een vrijzinnig centrum (Huis van de Mens).

    In het park kwamen we ook de tweede groep weer tegen.  Iedereen kwam weer samen op de Grote Markt van Oudenaarde en daar eindigde ons eerste deel van die dag.

    Voor het middagmaal werden we verwacht in het restaurant Lou Pahou in Ronse.  In een deftig herenhuis mochten we aanschuiven voor een gezellig etentje.  Alles was in orde, de cava als  aperitief, het aspergesoepje, de varkenswangetjes met gratin dauphinois en een salaatje, de frangipanetaart met koffie.

    Dan werden we verwacht voor het tweede deel van die dag aan het Toeristisch Kantoor van Ronse.

    Daar werden we opgewacht door Eddy Vandewalle.  Zoals achteraf zou blijken, hadden we met Eddy wel de hoofdvogel afgeschoten.  Hij had ook zijn huiswerk gedaan, want hij toonde een boek met een titel relevant aan onze vereniging: ‘Het is gelijk teken’.

    Hij vorderde ons dan op om verschillende leestekens op te noemen, de komma, het punt, het koppelteken, in het Frans trait-d’union, ook genoemd verbindingsteken.  Hij verwees dan naar de “verbinding” die Ronse indertijd had met het Waalse hinterland.

    We brachten een kort bezoek aan het ‘Must’, museum over textiel in Ronse door de eeuwen heen. En zoals vorig jaar in Komen-Waasten, mochten we hier ook nog wat weefgetouwen in werking zien.  Eddy toonde ons  nadien een estaminet uit de 19e eeuw.  De inboedel van café In den oude Dragonder was hier in een ruimte samengebracht en opgesteld.  We kregen nog een aperitiefdrankje, een Ronsenaarke, aangeboden.  De fles ging wel een paar keer rond.  We verwonderden ons ook over de mooie klanken die een “Symphonium” voortbracht.

    We zagen er ook de voorloper van de “flipperkast”, porseleinen luciferaanstekers, pruimtabakpotten (smakelijk) op de vloer.  Maar hoe heette het drinken uit de holte van een omgekeerd glas alweer?

    Vervolgens verder door Ronse op zoek naar authentieke cafeetjes, de naam van onze wandeling heette niet voor niets “Van Tap tot Tegeltableau”.

    We bezochten heel kort de Crypte onder de Sint-Hermeskerk.  Deze staat in verband met de verering van de plaatselijke heilige, Sint-Hermes, die aanroepen wordt tegen zenuw- en geestesziekten.

    Dat Ronse heel leuke pleintjes kent, mochten we dan ook ervaren.  We passeerden een kerk omgebouwd tot een soort “voedingstempel”, de Passage, we bewonderden de tegels op de gevel van een muziekcafé, maar een volgende café was pas gepoetst en daarom wierpen we van verre een blik op het interieur en op de uitbater.

    We sloten ons bezoek aan de cafés van Rone af op de Grote Markt in de “Harmonie”.  Daar mochten we de tegeltableaus in al hun glorie aanschouwen en bewonderen.   Een heel beminnelijke garçon presenteerde ons de lokale biertjes.  En voor wie het in zijn dagboek wil noteren, zijn naam is Baptiste 😉

    Dan terug naar onze hoeve voor het avondmaal.  Natuurlijk weer een aperitiefje in de warme avondzon.  Sommige binken lieten hun naakte torso’s bewonderen.  We keken ernaar en zagen dat het goed was, de ene al wat beter dan de andere.

    Dan was het tijd om aan te schuiven: een kazen- en charcuterietafel met stokbrood en groentjes allerhande.  We lieten het ons zeker smaken.

    Daarna begon het tweede deel van de quiz van Kurt.  We mochten onze woordenschat toetsen aan het “groot Nederlands dictee” in een aangepaste versie, maar daarom niet minder moeilijk.  Dan nog een paar behendigheidsproeven, een koekje van je voorhoofd in je mond krijgen (zonder je handen te gebruiken), met een pingpongballetje op je palet stuiterend, een rondje lopen, een fles met water proberen rechtop te plaatsen door deze omhoog te gooien.   En na nog een paar andere zuig- en trekproeven, kwam onze Philippe als overwinnaar uit de bus. Voor zijn prestaties kreeg hij een mooie neon regenbooglamp cadeau.

    Nadien was het weer tijd voor de gezelschapsspelletjes, maar toch niet zo veel later, kropen de meesten na deze lange en vermoeiende dag onder de lakens.

    De volgende ochtend werden we opnieuw verwacht door Eddy aan het oude stationnetje van Ronse voor onze Art-Deco wandeling.  Het was een revelatie te vernemen, dat dit het oorspronkelijk station van Brugge was, dat eertijds op ’t Zand stond van 1844 tot 1879 en in 1881 in Ronse werd heropgebouwd.

    Nadien begonnen we onze echte Art-Deco wandeling aan het college van Ronse.  Eddy liet ons daar de karakteristieken van deze stijl ontdekken: de horizontale lijnen, de voegen die dieper liggen, zodat er een schaduw ontstaat die de horizontaliteit nog benadrukt, de lichte kleur van de baksteen.  Aan de huizen ietsje hoger in de straat herkende je de trapkokers met glas-in-lood, de verwijzing naar boten met hun ronde vensters.   Eddy nam ons ook mee naar het huis van de Nederlandse kunstenaar Mark Manders, die al geruime tijd in Ronse woont.  Een bewijs dat Ronse ook op de kaart staat van de hedendaagse kunst.

    Verder naar een straat met bijna louter art-deco huizen.  Weer met de typische horizontale structuren, modern smeedwerk op balustrades en op de deuren.  Hij gaf ook voorbeelden aan van schilders uit die tijd, zoals een Picasso, Modigliani, een Kees Van Dongen, een ontwerp van een jurk van met een enorme print van een kreeft erop, de voorloper van de bedrukking op onze T-shirts.  Hij verwees ook naar de Russische schilder Malevich met zijn zwarte vierkant geschilderd in een hoek van een kamer.  Iets wat tot dan toe nog nooit was voorgesteld.  Dat was ook een van de stokpaardjes van Eddy.  Zijn standpunt was, dat alles in vraag kan gesteld worden en dat men samen zoekt welke mogelijkheden er zijn bij een vraagstelling om tot een oplossing te komen.

    Het woord dat hij daarbij dikwijls herhaalde was “paradigma”.

    Eddy was in een vroeger leven nog leraar moraal aan verschillende scholen.

    Bij een deur met de afbeelding van een naakte vrouw, bleef Eddy even staan.  Deze figuur veroorzaakte destijds veel ophef bij de meer vrome bevolking van de stad.  Eddy vertelde ons een anekdote hierover.  Tijdens één van zijn vroegere rondleidingen, vertrouwde een vrouw hem toe, dat zij als jong meisje, op weg naar school, steeds wachtte tot er niemand in de straat te bespeuren viel en dat zij dan vol bewondering over de mooie rondingen van de vrouw ging wrijven.

    Dan bracht Eddy ons terug naar het station waar we spijtig genoeg afscheid van hem moesten nemen.

    Voor ons laatste deel van het weekend vertrokken we naar de Zwalmmolen waar we aan de oevers van de Zwalm een picknick verorberden van de restjes van het weekend.

    De gids van dienst, ook Eddy genaamd, nam ons mee voor een maaldemonstratie in de Zwalmmolen en voor een wandeling langs de Zwalm. We leerden er alles over bovenslag- en de onderslagwatermolen, hoe vissen via een omweggetje voorbij stuwen konden geraken en over het geheimschrift van molenaars.  Hij had het zelfs over Gerard de Duivel en vertelde daarbij het verhaal van de duivelsbeten in de bladeren van het riet.

    Na de wandeling togen we terug naar onze hoeve om nog een laatste drankje te nuttigen.

    Alles werd netjes opgeruimd en terug op zijn plaats gezet.

    Vermoeid maar tevreden toog iedereen huiswaarts.

Woensdag 19 juni 2019 – Film in de Budascoop – MAURICE

Zaterdag 8 juni 2019 – Transfo Zwevegem Lasershooting

Zaterdag 18 mei 2019 – Gaypride Brussel

Zondag 12 mei 2019 – Bezoek Fondation Folon

  • Het was een hele rit naar Terhulpen, maar toch eentje die meer dan de moeite waard was.  En daarbij, het was een prachtige lentedag.

    De Fondation Folon heeft zijn vaste stek gevonden in de fraaie hoeve gelegen in het prachtige park Solvay (een deel van het Zoniënwoud). Dit park is ook beschermd en een “kleine” 227 hectaren groot.

    En zoals onze gidse Pascale later vermeldde, de kunstenaar Folon was weer een typisch voorbeeld van “geen sant in eigen land”.  Iedereen die mee was kon dat beamen.  De kunst van Folon werd/wordt zeker niet hoog genoeg naar waarde geschat in België.  Bewijs daarvan is, dat er toch heel wat mensen zijn, die hem niet kennen. Folon heeft zijn carrière dan ook meer in het buitenland weten te lanceren.

    We mochten met een 16-tal Liever Gelijkers dit prachtige domein bezoeken.

    Onze gidse van die dag, Pascale, verwelkomde ons heel hartelijk in de ontvangstruimte, ingericht als bibliotheek, met tegen een wand een heel groot boek. Bleek later dat dit boek een deur was, die van zelf opendraaide en waardoor we binnen konden treden in de fantastische droomwereld van Folon.   De muziek die we gingen horen, was gecomponeerd door een vriend van hem, Michel Colombier, een Franse componist.

    Pascale vertelde ons eerst een beetje over de kunstenaar zelf.  Jean-Michel Folon (Ukkel 1 maart 1934 – Monaco 20 oktober 2005).  Hij werd slechts 71 jaar, maar toch was hij een heel veelzijdig kunstenaar.  Hij was schilder, beeldhouwer, illustrator …. Hij heeft ook kortfilms gemaakt, vele affiches ontworpen.  De Folon stichting is een heel unieke stichting, ze werd opgericht door de kunstenaar zelf.

    Folon heeft meer dan 1000 kunstwerken gemaakt, waarvan er 500 zijn opgenomen in dit museum.  Zijn hoofdtechniek is de aquarel en zijn hoofdthema’s zijn de natuur en de vrijheid.

    Hij maakte ook altijd kunst met een boodschap.

    Folon leerde op een gegeven moment tijdens zijn studies architectuur de kunst van Magritte kennen. Hij was daar zo door aangegrepen dat hij besloot om kunstenaar te worden.  Hij stopte met zijn studies om zich op het tekenen toe te leggen.  Dat deed hij eerst in het kunstenaarsdorp Bougival bij Parijs. Hij heeft daar 5 jaar getekend en geschilderd, maar hij kon daar niet van leven.  Frankrijk had ook geen interesse in zijn werk.

    In het eerste deel van de tentoonstelling zagen we hoofdzakelijk aquarellen.  Pascale maakte ons attent op de illustraties die Folon had gemaakt voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op aanvraag van Amnesty International.

    Folon had enorm respect voor de vrijheid en voor de natuur.  Hij heeft ontworpen voor Greenpeace, maar ook voor Unicef.  In 2003 werd hij ook benoemd tot ambassadeur van Unicef.

    Naast kunstenaar was hij ook humanist.  Hij vond Mensenrechten heel belangrijk.

    Wat heel kenmerkend is in zijn werken, het komt overal in terug, is de eenzame blauwe man.  Een personage met een te ruime jas, een grote hoed en zonder nek, als een soort zelfreflectie van hemzelf, want Folon voelde zich als kunstenaar ook heel eenzaam en onbegrepen.  Maar ook als vader, want hij had een autistische zoon die hij overal meenam naar vernissages en tentoonstellingen en dat werd niet altijd geapprecieerd. Hij vond echter dat iedereen gewoon kon zijn wie hij was op deze wereld.  Deze vrijheid vond hij heel belangrijk. Zijn zoon komt hier nog regelmatig op bezoek.

    Pascale wees ons ook op het belang van pijlen in het werk van Folon.  Hij was geobsedeerd door pijlen.  Immers, de maatschappij duwt ons soms in een richting waar we eigenlijk niet naar toe willen.

    Folon voelde zich ook niet goed in een stad, hij had daar een heel claustrofobisch en benauwd gevoel  bij, omdat het hele hoge gebouwen waren.  Hij miste dan de natuur, hij kon de bomen niet zien, de zon, de zee, de lucht…  Als kunstenaar had hij echt de natuur nodig.

    Pascale toonde ons ook een afbeelding van de “Sfinx” van Egypte.  Deze staat eigenlijk symbool voor de stilte.  Folon had stilte nodig om te kunnen creëren.  Ook vogels komen heel vaak voor in zijn werken, symbool van de vrijheid.

    Wat ook sterk opviel was een afbeelding van een blauwe man met een heel uitgesproken, oplichtend oog.  Een prachtig werk!  Misschien wel het meest beklijvende van de hele collectie.  Voor Folon waren ogen heel belangrijk, immers spiegel van de ziel.  Hij maakte ook altijd gebruik van hele positieve, lichte kleuren, als een soort boodschap naar de wereld toe.

    De hoofdtechniek van Folon was het aquarel.  Hij maakte nooit zijn papier vast, zodat hij het kon bewegen om eventueel kleuren op het papier zelf in elkaar te laten overvloeien en te mengen.  Pasale wees ons ook op een werkje tegen de industrialisatie van de maatschappij, de opkomst van de fabrieken, de pollutie.

    In de ruimte van de aquarellen hing ook een glasraam.  Folon tekende eveneens de glasramen voor het Romaanse kerkje van Waha in Belgisch-Luxemburg.

    Hij was ook geïnspireerd door de zee, de boten, de oneindigheid, het licht, de zonsondergang…

    Aan de Belgische kust staat er ook een beeld van Folon.  Voor het Casino van Knokke zit een “eenzame blauwe man” op een golfbreker in de zee.  Bij vloed verdwijnt hij, heel poëtisch, onder het water.  Hij geeft bij wijze van spreken de eenzame blauwe man terug aan de zee.

    Pascale wou ons dan vertellen over de manier hoe Folon wereldberoemd is geworden (buiten België toch).

    Onder druk van zijn vrienden, toen hij nog niet bekend was en zwarte sneeuw zag, stuurde Folon zijn tekeningen naar Amerika.  Hij was er zelf nog nooit geweest. Time Magazine, de Esquire, de New Yorker hebben dan al zijn tekeningen gepubliceerd, zelfs op de covers.  Zo kon heel de wereld zijn illustraties zien en kon hij bekend worden.  Hij is er nooit voor betaald, maar het opende wel enorm veel deuren voor zijn werken naar de wereld toe.

    Van toen af kreeg hij ook betaalde opdrachten, o.a. voor Olivetti.  Hij trok ook naar Japan in de jaren 70.  Daar is hij enorm bekend geworden.  Hij werd dus eerst bekend in Amerika, Italië, Japan en heel op het laatste in België.  In de jaren 90 mocht hij dan ook in het Belgisch Paviljoen tentoonstellen op de Biënnale van Venetië.

    Dan kwamen we in de ruimte van de affiches.

    Folon heeft meer dan 300 affiches ontworpen.  Hij maakte ook altijd kunst met een boodschap, bv. tegen de doodstraf, affiches voor tentoonstellingen, voor musea…

    Begin 1985 besloot Folon naar Monaco te trekken omdat Monaco goedkopere ateliers aanbood voor kunstenaars. Hij heeft toen ook vele collages gemaakt.  Hij ging wandelen langs de zee en vond daar natuurlijk hout dat hij verwerkte in zijn collages, meestal allemaal afbeeldingen van boten.

    We gingen door een gang die helemaal gewijd was aan zijn ontwerpen voor postzegels, o.a. voor de para olympics, een wit vogeltje met een gebroken vleugel. Hij beschilderde ook omslagen, zogenaamde art-mail.

    Vervolgens mochten we de meester aan het werk zien in een kortfilm waarin hij een boot in aquareltechniek schilderde.

    Bij een volgende ruimte betraden we het hoofd van de eenzame blauwe man, een soort spiegelpaleis.  Je kon daar het filmpje zien dat indertijd op Antenne 2 werd uitgezonden om aan te duiden dat het tijd was voor de kinderen om te gaan slapen.

    Via een andere gang, waarin alledaagse voorwerpen werden tentoongesteld die door Folon tot kunstwerken waren omgevormd, kwamen we in een buitenruimte waar we onze groepsfoto hebben gemaakt met de eenzame blauwe man als getuige.

    Dan betraden we de ruimte met de beelden.

    In de laatste fase van zijn leven is hij begonnen met beeldhouwen. Zijn grote droom was om zijn beelden in de natuur te zien.  De meeste beelden staan echter in Firenze, daar kun je de beelden in het landschap, in de natuur bekijken.  In het park in België was dat niet mogelijk wegens de beperkingen van de natuurbescherming.

    Folon maakte ook veel beelden van dieren, van vogels, van een kat..  We zagen zelfs een afbeelding van een altaar in de vorm van een hand met op de toppen van de vingers een figuur.

    Via een soort remake van zijn atelier waar we mallen zagen van zijn figuren en een filmpje waarop Folon een beeld maakte, kwamen we aan het einde van onze rondleiding.

    Daar verraste Pascale ons nog met een ”installatie”.  In een donkere ruimte vol met “sterren” stond een figuur van de eenzame blauwe man bovenop een ladder.  Terwijl de muziek speelde, begon hij te bewegen.  Hij ging op zijn handen staan en bovenop de ladder draaide hij in het rond om nadien in de oorspronkelijke houding terug te komen.

    Dat was het einde van onze belevenis in de wondere wereld van Folon.

    In het museumwinkeltje deden we ons nog te goed aan de souvenirs van de werken van de geest van Folon.

    We bedankten Pascale voor haar boeiende rondleiding, want we waren echt onder de indruk van haar uitleg en van de tentoongestelde werken.  De Fondation Folon is inderdaad een plaats, zeker ondergewaardeerd en daarom ook des te meer aanbevolen voor iedereen die houdt van kunst (met een boodschap) en met een esthetiek die echt uniek is.  Voedsel voor het hart en voor de geest.

    Zoals aangegeven, gingen we nog een kort bezoekje brengen aan de beroemde Leeuw van Waterloo.  Gelukkig was daar een brasserie waar we, we hadden immers dorst gekregen van de rondleiding, met een biertje of een ander drankje al de opgedane indrukken konden verwerken, doorspoelen en plaatsen.

    En ook daar werden we geconfronteerd met esthetiek, maar dan vooral de mannelijke 😉