Auteursarchief: webmaster

Zondag 12 december 2021 – 15 uur – Klaaskoeken, warme choco en gezelschapsspelletjes

Gezelschapsspelletjes liggen goed in de markt bij ons volkje en met een hapje erbij is de zaak volledig.

Daarom worden jullie uitgenodigd op zondag 12 december 2021 om 15u in ‘t Senter Sint-Katrienplein 14 te 8520 Kuurne.

Jullie brengen de gezelschapsspelletjes mee, wij zorgen voor overheerlijke klaaskoeken en warme choco.

Gelieve jullie zeker in te schrijven voor deze activiteit, kwestie om te weten hoeveel klaaskoeken we dienen te voorzien.

En dit op: lievergelijk@outlook.com en graag voor woensdag 8 december. 

 

Place to be: ‘t Senter Sint-Katrienplein 14 – 8520 KUURNE

We starten om 15u!

En gezelschapsspelletjes niet vergeten!                             

Ook voor deze activiteit is een COVIDPAS vereist.         

 

 

Zondag 14 november 2021 – Bezoek villa Empain Brussel

Ga onmiddellijk naar de foto’s

We hadden er lang naar uitgekeken, naar dit bezoek aan Villa Empain.

Reeds gereserveerd eind 2019 voor een bezoek in september 2020, werd dit in de loop van dat jaar door het museum zelf geannuleerd.  Nu in november 2021 was het, mits bepaalde restricties zoals het aantal personen per gids, gelukkig toch nog realiseerbaar.

Omdat we zolang hebben moeten wachten, waren onze verwachtingen waarschijnlijk wel een beetje te hooggespannen.  En alhoewel we de instructie gegeven hadden om meer over het gebouw te weten te komen, spendeerde onze gids toch een aanzienlijke tijd aan de (op dat ogenblik) actuele tentoonstelling “Icons” die toevallig die zondag haar laatste dag zag.

Wat ons wel imponeerde was de residentiële wijk waarin Villa Empain gelegen was, ambassades alom.  En wat ons daar het meeste opviel was de ambassade van de Verenigde Arabische Emiraten aan de overkant.  Een pareltje van Art Nouveau.  Het gebouw dateert reeds van 1904 en werd in 2013 grondig gerestaureerd (en niet nieuw gebouwd zoals onze gids beweerde).  Zo zie je maar, ook gidsen hebben niet de eeuwige waarheid.

Na de nodige administratieve rompslomp, tickets, corona-pas werden we verwelkomd door onze gids Muriel. Zij bracht ons naar het eresalon met uitzicht op de terrassen en het volledig gerestaureerde openluchtzwembad.

Zij begon te vertellen over de geschiedenis van de villa.  Deze werd gebouwd tussen 1930 en 1934 op de terreinen van de voormalige Wereldtentoonstelling van 1910 door de Zwitserse architect Michel Polak, de spilfiguur van de Art Deco in Brussel, die o.a. ook de Résidence Palace aan de Wetstraat bouwde, waar nu in een herbouwd gedeelte, de Europese Raad zetelt (Het Ei-gebouw).

Als je naar de stijl van dit gebouw kijkt, heb je inderdaad de typische Art Deco qua luxe, maar anderzijds is het vrij sober en symmetrisch wat meer naar het modernisme van Bauhaus neigt. Die twee dingen samen, dat rijke maar toch sobere is een mooie samenvatting van de eigenschappen van de bouwheer, Louis Empain.  In 1930 begon de amper 22-jarige Louis Empain (1908 – 1976), tweede zoon van de schatrijke zakenman baron Edouard Empain (1852 – 1929) aan de bouw van deze Villa.  Edouard Empain kwam uit een heel gewoon gezin en wist door goede investeringen zijn fortuin op te bouwen, o.a. door zich te concentreren op transport.  Hij legt spoorlijnen aan in België, Europa, China, ook de metro van Parijs, waarvan de familie nog eigenaar was tot na WOII. En heel erg tot de verbeelding sprekend is de aanleg van het tramnet in Caïro. Hij ontwikkelt daar ook een heel nieuwe stad op de oude site van Heliopolis.  Tegenwoordig heeft Heliopolis zeer veel van haar oude glorie ingeboet en is nu een stadsdeel van het oprukkende Caïro.

Edouard Empain zelf werd daar ook begraven.

Louis Empain heeft hier maar even gewoond en is in 1934 uitgeweken naar Canada.  Daar zoekt hij de rust op en krijgt een soort mystieke ervaring waardoor hij zijn geld en tijd aan humanitaire projecten gaat besteden.

Hij schenkt deze villa aan de Belgische staat met als doel tentoonstellingen te organiseren.  In 1943 werd de Villa door het Duitse leger opgeëist. Na de oorlog besliste de Belgische overheid de ambassade van de U.S.S.R. in de Villa te vestigen, wat in strijd was met de uitdrukkelijke voorwaarden die verbonden waren aan de schenking.  De familie Empain zou deze beslissing aanvechten en eind jaren ’60 kreeg ze de villa terug.

Gedurende enkele jaren organiseerde Louis Empain er tentoonstellingen van hedendaagse kunst.

In 1973 verkoopt hij de Villa aan Harry Tcherkezian, een tabaksfabrikant van Armeense afkomst. Die verhuurt het gebouw aan de Luxemburgse radio- en televisiezender RTL, die er tot aan het begin van de jaren ’90 zou blijven.  Nadien had het gebouw geen vaste bestemming en werd enkel nog verhuurd voor eenmalige evenementen, om uiteindelijk weer doorverkocht te worden.  Het raakte verwaarloosd, beschadigd en deels vernield, hoewel het sinds 2001 deel uitmaakte van de Brusselse Erfgoedlijst.

Toen de familie Boghossian de Villa Empain in 2006 kocht, vereiste de toestand van vergevorderd verval een volledige restauratie.  Deze begon in de zomer van 2008 en sinds 2010 is de Villa toegankelijk voor het publiek. Men heeft 4 miljoen Euro voor de aankoop van de Villa betaald en er werd verder nog 12 miljoen Euro geïnvesteerd voor de restauratie.

Boghossian is een familie van juweliers.  Ze hebben zelf een behoorlijk turbulente geschiedenis achter de rug. De grootouders zijn in 1915 moeten vluchten uit Turkije voor de Armeense genocide. Zij zijn dan naar Syrië verhuisd, de ouders van de huidige eigenaars vervolgens naar Beiroet, waar de stichters dan weer, als jonge mannen, zijn moeten verhuizen door de burgeroorlog.  Ze hadden wel het geluk uit een zeer rijke familie te komen en op die manier richtten zij vooreerst een stichting op die vooral goede doelen financierde, onderwijs, voedselvoorziening …

Vanaf 2006 wouden ze meer de humanistische richting uitgaan en op hun manier bijdragen aan vrede, door via kunst Oost en West dichter bij elkaar brengen, dit met een kritische blik en door dialoog.

Elke zes maanden is er een tentoonstelling rond een actueel thema, maar altijd met dat aspect van Oost en West voor ogen.

Vanuit het eresalon, waar ook de eetkamer vroeger was, hadden we een uitzicht op het, zoals gezegd, gerestaureerde zwembad.  Het lijkt niet diep, maar heeft op het einde toch een diepte van 3,5 meter.  Het zwembad is een van de eerste privé-zwembaden (met verwarmd en gefilterd stadswater) in België, ook uitzonderlijk door haar grootte.

Aan de achterkant is er ook een uitgang naar het Ter Kamerenbos en bevindt zich ook de conciërgewoning.

Deze wordt nu gebruikt als residentie voor kunstenaars, schrijvers, wetenschappers die via de stichting beurzen krijgen, elkaar daar ontmoeten en studeren.

En toen wou Muriel aan de tentoonstelling beginnen.  Een eerste werk was van Wim Delvoye, de kunstenaar van de getatoeëerde varkens.  Zij wist te vertellen dat er ook een getatoeëerde mens rondloopt.  Het gaat om een Zwitserse man op wiens rug Delvoye een enorme tatoeage zette in 2006. Een Duitser kocht de man in 2008. Na zijn dood zal hij gevild worden, zodat de verzamelaar de tattoo permanent in zijn bezit kan hebben.

In dit werk van Delvoye, genaamd Penalty, zag je de combinatie van het religieuze met het alledaagse. Ook de humor is niet ver. Je hebt enerzijds het doel dat uitnodigt om er heel hard een bal in te trappen en anderzijds de fragiele glas in lood afbeelding.

Een ander werk van Wim Delvoye waren de “hedendaagse” iconen die te shockerend werden bevonden om voor een tentoonstelling in Rusland te dienen.

De gids vermeldde, dat de curator van deze tentoonstelling Henri Loyrette was, voormalig directeur van het Musée d’Orsay en ook van het Louvre, ook diegene die het Louvre in Lens en in Abu Dhabi geopend heeft, dus toch wel een grote naam in de kunstwereld die men voor deze tentoonstelling heeft kunnen strikken.

Henri Loyrette heeft specifiek met drie mensen samengewerkt, kunstenaars die hij zelf heel goed kent, enerzijds Wim Delvoye en anderzijds ook Yan Pei-Ming, een Chinees kunstenaar die speciaal voor deze tentoonstelling het portret van Deng Xiaoping (1904-1997) gemaakt heeft. Voor de kunstenaar was deze persoon het icoon van de vrijheid in China.  Hij is geboren in 1960 tijdens de Culturele Revolutie onder de dictatuur van Mao en van zodra Deng Xiaoping aan het hoofd van de partij komt, wordt er voor die generatie veel meer mogelijk.  Hij zou dit werk ook nooit gaan verkopen, maar zelf houden als een hommage aan deze man, als dank voor het leven dat hij daardoor heeft kunnen leiden.

In dezelfde ruimte stond een hyperrealistisch beeld van de hand van Duane Hanson.  Met deze Afro-Amerikaanse ruitenwasser wou hij aantonen dat the American Way of Life niet altijd zo rooskleurig is als men wil doen geloven.  “Mijn werk”, zegt hij, “gaat over mensen die in stille wanhoop leven”.  De nieuwe iconen van onze moderniteit , zoals deze Window Washer (1984).

In de grote hal hing een werk van Pierre & Gilles, een kunstenaarsduo dat fotografie en schilderkunst combineert. Zangeres en actrice Lio wordt hier afgebeeld als een Onze Lieve Vrouw van Smarten (1991).  Boven in een klein kamertje hing er ook nog een afbeelding van Stromae – Forever Stromae – als een Christusfiguur, met een traan die over zijn wang rolt.

Onze gids stond letterlijk stil bij bijna elk werk van deze tentoonstelling, maar het zou ons te ver leiden om die allemaal te gaan vermelden en daarom pikken we hier dan ook enkel de meest opvallende uit.

Normaal gezien is Bauhaus architecturaal gezien gekend voor heel veel licht.  Het was dan ook spijtig dat door deze tentoonstelling de ruimtes boven waren aangepast met panelen die de ramen bedekten, zodat je geen idee kon krijgen van de oorspronkelijke afmetingen van de kamers.

Zo ook in de “schermkamer” waar echte iconen hingen.

Iconen zijn nooit ondertekend, de schilder doet er niet toe. De gids verwees ook naar Magritte’s “ceci n’est pas une pipe” dit is geen pijp, het is een kunstwerk.  Hier is juist het omgekeerde waar, dit is geen kunstwerk, dit is de heilige. Als gelovige moet je dit vereren als de échte heilige.

De derde persoon waar Henri Loyrette mee had samengewerkt was Sarkis, een Frans beeldend kunstenaar van Armeense afkomst.  Hier had hij een Azteeks fluitje van terracotta nagetekend, er vleugels aan toegevoegd en met zijn vingers rode en groene inktvlekken op aangebracht.

Het was de bedoeling dat de toeschouwers zelf vingerafdrukken met inkt na zouden laten op een plexiglazen omkadering, om de scheppende handeling te herhalen, maar ook om het werk aan te raken, zoals de orthodoxe gelovigen dat doen met een heilige icoon. Door de covid was dit natuurlijk niet mogelijk en was dit plexiglazen paneel verwijderd.

In de “gastenkamer” zagen we afbeeldingen van gezichten, o.a. een werk van Henry Van de Velde waarop hij een jeugdvriend had geportretteerd als een soort Christusfiguur. Aan de overkant daarvan een schilderij van de Syrisch-Duitse kunstenaar Marwan.  Muriel liet ons dit vanop een afstand bekijken, om te herkennen dat er inderdaad ook een gezicht was afgebeeld.  Zoals bij een landschap was dit gezicht in verschillende lagen van emoties opgebouwd.

In een andere kamer, de badkamer van meneer, die niet meer als dusdanig te herkennen was, werken van Andy Warhol: Mao en koningin Beatrix.

Zo kwamen we terug in de grote centrale hal op de overloop en via een trapje naar het “intieme salon”, vandaag het restaurant van de Boghossianstichting.  De stucmarmeren muren van deze ruimte zijn bedekt met lambrisering en heeft een plafond bestaande uit manilkarahout uit Venezuela.

De bar in Amerikaanse stijl was versierd met een kleine visvormige zilveren fontein.  De oorspronkelijke fontein verdween na 2000, maar bij de restauratie werd er een exacte replica van gemaakt.

Hier sloot Muriel haar betoog af en nam zij afscheid van ons.

Wij besloten nog een wandeling te maken in de tuin rond het grote zwembad.

Van daaruit gingen we naar het Ter Kamerenbos (waar zich voor een paar maanden nog de rellen van La Boum afspeelden) in de hoop nog ergens een drankje te kunnen meepikken. Dat vonden we op een buitenterrasje aan de “Woodpeckers” Kiosk.

Het viel ons op dat er toch zeer veel jong en schoon volk rondliep op deze herfstige zondagnamiddag.  Blijkbaar was er in dit park ook nog een chique restaurant midden een vijver waar je enkel met een bootje naar toe kon, de Chalet Robinson. Maar dat is misschien voor een volgende keer als we hier nog eens in de buurt komen.

Nadien terug naar de Franklin Rooseveltlaan waar onze auto’s geparkeerd stonden en we afscheid van elkaar namen.

Had Villa Empain geen “waw-effect” – velen vermeldden immers nog met een beetje weemoed de Villa Cavrois bij Lille die meer indruk had nagelaten – toch was het leuk hiermee kennis gemaakt te hebben en met dit, voor de meesten onder ons, onbekend stukje Brussel.

 

Zondag 17 oktober 2021 – 14 uur – Fietsfotozoektocht Ichtegem

Ga onmiddellijk naar de foto’s

Die zondagmorgen kregen we onverwachts nog een berichtje binnen van Danny dat hij een steenuiltje uit zijn schoorsteen had gered.  Het mooie beestje was nog heel vitaal en werd natuurlijk terug in vrijheid gesteld.  Het was zeker een voorteken want later op de dag bij de fotozoektocht moest hij uitkijken naar een stenen uil. Zo zie je maar, niets komt zonder reden, zelfs de uiltjes niet.

Voor die zondag in oktober was er een mooi en rustig herfstweertje voorspeld.  We verzamelden, normaal gezien met 10 geïnteresseerden op een grasplein in Ichtegem city.  Het was zoals bij de kleine negertjes, 10 hadden zich ingeschreven, eentje was het rats vergeten,  zo waren we nog maar met 9…

Maar niet getreurd.  We werden onderverdeeld in 4 paren die elk ten velde trokken om koste wat kost de overwinning binnen te rijven.

De opgave was om 14 foto’s tussen bepaalde fietsknooppunten te ontdekken.

Om het gemakkelijk te maken, kon er tussen twee knooppunten meer dan één foto genomen zijn.  Het was ook mogelijk dat er tussen twee knooppunten geen enkele foto genomen was.  En alle foto’s stonden dan nog door elkaar.

De koppels van dienst waren: Guido en Frank, Francis en René, Danny en Pieter en als laatste Jan en Mario.  Aangezien ondergetekende de antwoorden toch al wist, kon deze tussen de verschillende paren heen en weer laveren om zo hun verzuchtingen te aanhoren.

Het was inderdaad een beetje zoeken en ontdekken. Maar het valt dan op, dat als je zo vanop de fiets moet uitkijken naar bepaalde zaken, je dikwijls ook meer ziet van je omgeving.

De boerderijen en kapelletjes van het landelijke Ichtegem waren een dankbaar decor voor aparte “decoratieve” objecten: een klein betonnen tractortje was als eerste aan de rij, een monstrans in een kapelletje, het stenen uiltje …  Molentjes in voortuinen zijn ook een algemeen voorkomend fenomeen, maar het moet wel het juiste molentje zijn!

Guido was hier thuis in deze streek, immers afkomstig van Koekelare, wees hij in de verte zijn ouderlijk huis aan, waar hij ook geboren was.  Als kind kende je daar alle boerderijen, schuurtjes,  wegeltjes, hagen en grachten en ravotte je je weg doorheen de velden en landerijen, wist hij te vertellen.   Nu is dit allemaal verleden tijd.

Het viel ons op dat het ook een streek was, waar de tijd een beetje was blijven stil staan.  Weinig vernieuwing, vele boerderijtjes die hun beste tijd hadden gehad, en in de meer bebouwde kommen zag je uithangborden die nog dateerden van de zeventiger en tachtiger jaren.

We fietsten ook doorheen Eernegem, waar we vorig jaar in februari nog onze laatste activiteit voor de corona in het radiomuseum hadden. Het Marktkaffee waar we nadien gezellig waren samengekomen, had er ook de brui aan gegeven, want te koop.

Zelfs in zulke kleine dorpjes kun je nog wat kennis opsteken.  We kwamen voorbij het Lange Max museum op het gebied van Koekelare.  Het Lange Max Museum brengt het historische verhaal van het kanon de Lange Max, die Duinkerke en Ieper beschoot, en van de Duitse bezetting … Zeker een ommetje waard.

Zo heeft Eernegem zich ook het imago aangemeten van kasseileggersgemeente.  Het verhaal van deze beroepstak startte in de Hollandse periode (1815 – 1830).  In 1890 had je in Eernegem 27 kasseileggers en in 1900 reeds 60.  Overal in binnen- en buitenland werden door Eernegemse kasseileggers straten aangelegd.

Dit kun je allemaal lezen op het monument van de kasseilegger aldaar, gemaakt door Martine Labbeke.  Dit is een beeld, Mutse genaamd, een gestileerde bronzen voorstelling van de volksfiguur-kasseilegger, Mutse Cock, geplaatst op een immense kasseisteen.

Van verre fietsten we voorbij de Bekegemse Foie Gras, de enige Vlaamse producent van foie gras.

Opgericht in het jaar 1989, werd er in april van dit jaar een aanvraag tot stopzetting ingediend en wordt een voorschot op de definitieve sluiting genomen. De aanvraag past binnen het Vlaamse overheidsbeleid dat voorziet in het stopzetten van de foie gras productie eind 2023. Vorig jaar nog viel dierenrechtenorganisatie Animal Resistance binnen in het bedrijf, waarbij 190 dieren van de  stress omkwamen (bron Vilt (Vlaams infocentrum land- en tuinbouw)).

We hadden niet enkel oog voor de te ontdekken afbeeldingen, ook andere kunstige voorwerpen trokken onze aandacht.  Voor Francis en René waren deze 3 aapjes, horen, zien en zwijgen, dan weer de max.  Een ander beeld, zoals deze Apollo, mag zeker meedoen in onze eventueel volgende fotozoektocht.

Zo fietsten we verder naar onze eindbestemming doorheen dit rustige landschap. Heelder velden met afrikaantjes (stinkertjes) brachten een beetje kleur in deze ingedommelde contreien.

Ook een apart beeld was de Boeddha in een nis waar normaal gezien een Lievevrouwtje of een ander heiligenbeeld thuishoort.  50 Jaar geleden zou de pastoor wel aan je deur hebben komen aankloppen voor deze heiligschennis.  Maar ja, tijden veranderen.

Zo kwam iedereen, de ene al een beetje vroeger dan de ander, aan op het graspleintje waar we vertrokken waren.

We spraken af in volkscafé ’t Verschil op de markt in Eernegem, vlak naast het nu gesloten Marktkaffee.

Onder het nuttigen van streekbiertjes of warme choco’s werden de uitslagen voorgelezen.

Als winnaars had je Jan en Mario met 13 punten, als tweede Frank en Guido met 11 punten, vervolgens René en Francis met 10 punten, en spijtig genoeg bengelden Pieter en Danny helemaal achteraan.  Waarschijnlijk waren ze tijdens de rit in gedachten meer bezig geweest met het steenuiltje dan met andere “beeldjes”.

Het winnende koppel kreeg een doosje Celebrations.  Dat werd natuurlijk gedeeld met de rest van de bende en in een mum van tijd werden de snoepjes soldaat gemaakt.

Al waren we dit keer met niet zo velen, het was toch een hele leuke en aangename namiddag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 12 september 2021 – Natuurwandeling in De Zwinduinen bij Knokke-Heist

Ga onmiddellijk naar de foto’s

Die zondag 12 september kwamen we met 15 Liever Gelijkers samen op het Oosthoekplein in Knokke voor onze begeleide natuurwandeling in de Zwinduinen.  Luc van Natuurpunt die ons vorig jaar in de baai van Heist rondleidde, was weer van de partij.

Ook twee oudgedienden, nl. Jan en Stefaan hadden de draad met Liever Gelijk weer opgenomen en zijn van plan zich weer in het verenigingsleven te storten nu hun 2 kinderen al wat groter zijn.

Luc begon zijn betoog.  In tegenstelling met de baai van Heist gingen we nu een heel ander soort wandeling doen.

“Zwinduinen” is in feite niet zo’n heel toepasselijke naam. Het grootste gedeelte bestaat inderdaad uit duinen, maar het voorste gedeelte voornamelijk uit polders.  We gaan dus eerst de polders doen, dan de oude duinen en voor de moedigen onder ons gaan we ook de jonge duinen trotseren.

Luc vestigde onze aandacht reeds heel vlug op een heel specifieke braam, die ook nodig is voor een heel specifiek beestje. Zonder die braam zou dit beestje hier ook niet voorkomen.

De braam in kwestie was de “koebraam”.  Typisch hieraan zijn de serieuze stekels die naar binnen krommen. Het beestje dat zich hierin thuis voelt, is de boomkikker, het is een heel klein “puutje”.  En we vonden inderdaad een mooi exemplaartje, een heel klein, frisgroen beestje met een bruin streepje vanaf de ogen naar de zijkant toe.

De boomkikker is inheems en kwam vroeger in heel België voor, maar nu nog maar op twee plaatsen, hier in de Zwinpolders en in Limburg.  Hij heeft een uitstekende camouflage, hij is groen en zit ook in of op het groen.  Zo’n klein kikkertje produceert toch nog zo’n 80 decibel aan geluid.  Stel je voor, in een poel zitten meestal 150 tot 200 roepende mannetjes, wat voor geluid zo’n hele groep wel niet teweeg brengt!  ’t Is niet dat hij stopt met roepen als hij een vrouwtje gevonden heeft, neen, het moet zeker niet per se een vrouwtje zijn, bij de beestjes heb je alle “combinaties” die er mogelijk zijn.

Je merkt dat het beste bij de padden. Wanneer je in het voorjaar de overzet doet, kom je dikwijls hele rare situaties tegen.  Een vrouwtjes pad is merkelijk groter dan het mannetje.  Zo zie je dikwijls bij de overzet, dat een mannetje zich reeds aan een vrouwtje vastgeklampt heeft, om toch maar de eerste te zijn, wanneer het vrouwtje de eitjes afzet, om deze te bevruchten. Maar je gaat zien dat er ook andere paartjes zijn, bv. een vrouwtje met een bruine kikker erop, of een vrouwtje met nog een vrouwtje, of twee mannetjes.  Met overzet bedoelde Luc van de ene kant van de weg naar de andere brengen, om te vermijden dat er te veel padden tijdens de paringstijd overreden worden.

Dan wees Luc ons op een plantje, het hazenpootje, een klaversoort. Klaversoorten zijn voor ons hier in de duinen eigenlijk niet zo interessant. Klaver heeft aan zijn worteltjes heel kleine knobbeltjes, veroorzaakt door de wortelknobbelbacterie.  Deze zorgt ervoor dat er stikstof opgeslagen wordt. ’t Is ook daarom dat boeren klaver zaaien om deze nadien in te ploegen als groenbemesting.

Je merkte ook reeds dat we meer naar de duinen toegingen.  We kwamen immers de duindoorn tegen. Luc vroeg een Chinese vrijwilliger om hiervan te proeven, maar vond er niet dadelijk eentje, men vertrouwde het zaakje blijkbaar niet helemaal. Luc vertelde dan, dat hier heel interessante bessen aanhangen, een beetje zurig, maar met veel meer vitamine C dan in een citroen. De mensen van de kust maakten er vroeger confituur van.

We zitten hier blijkbaar een beetje op de culinaire toer.  Luc toonde ons opnieuw een plantje en vroeg nog eens een Chinese vrijwilliger om ervan te proeven, maar dan eentje dat af en toe wel eens naar een chique restaurant gaat.  In een 4-sterren restaurant ga je dat zeker op je bord krijgen, nl. rucola, en dit was hiervan de wilde vorm.

Dan naar het volgende plantje.  Vele mensen denken dat dit paarse dovenetel is, maar als je het tussen je vingers fijnwrijft, krijg je een onaangename geur, dit is stinkende gouwe.

Luc wees ons ook nog op de iep of olm, meer bepaald de veld-iep.  We zagen een dood exemplaar dat aangetast was door de iepenspintkever. Op het moment dat een boom hierdoor aangetast wordt en langzaam sterft, komen er automatisch overal jonge scheuten uit en zo blijft ie verder leven.

We werden ook onderwezen in het verschil tussen zomereik en wintereik. In de zomer draag je een korte broek en in de winter een lange.  De eikels van de zomereik hebben een heel kort steeltje en die van wintereik zijn veel langer. ’t Is maar hoe je het bekijkt.

Hier bevond zich vroeger ook een groot vliegveld, en dit tot 1960.  Men maakte toen de keuze, ofwel het vliegveld behouden of dit gedeelte voorbehouden voor villabouw.  Men koos voor het laatste, maar Natuurpunt was daar ook nog.  Deze heeft dan de aanzet gegeven voor de volledige bescherming van dit gebied. Dat werd dan aangekocht door het Agentschap voor Natuur en Bos. Dit heeft tamelijk veel geld gekost, aangezien dit in feite bouwgrond was, villabouwgrond nota bene, in het Zoute…

Het volgende plantje, de ratelaar, met zijn gele bloemetjes.  Moest je in mei komen, dan zie je hier één gele vlakte.  De ratelaar is eigenlijk een parasiet. Deze hier parasiteert op gras, daardoor verflauwt hij de grassen, zo krijgen andere planten de kans om te groeien.

Vervolgens watermunt, niet zo sterk als de gewone munt die wij kennen, maar ook eetbaar.  Luc vertelde ons, onthoud dit, alle planten met een vierkante stengel zijn eetbaar, dus bv. ook de witte dovenetel.

Eén van de meest gewaardeerde struiken vroeger, de besjes van de sleedoorn.  Ze zijn niet giftig, maar ze zijn wel enorm wrang. Hiervan maak je een heel lekker drankje. Zelf distilleren mogen we niet, maar wel opleggen.  Een weekje in de diepvries, in porties van 1 kg, nadien strooi je daar 200 gr suiker over en dan een liter jonge jenever erop. Laat die dan in grote (gesloten) bokalen een maand of drie in een droge donkere ruimte trekken en je hebt het lekkerste drankje dat je je kunt indenken. Luc was daar heel enthousiast over.

Op een bepaalde plaats botsten we op een hele populatie van de groene boomkikkertjes.  Moest je het niet weten en er niet op letten, je ging er gewoon aan voorbij.  De oorzaak van het verdwijnen van deze kikker in de rest van ons land is de landbouw.  Hierdoor verloren ze hun habitat.

Ze hebben een vijver nodig voor hun voortplanting.  Deze moet niet te diep zijn en in zandgrond liggen, er mogen geen vissen in zitten, aan de noordkant moeten er (braam)struiken staan om in de zon te kunnen zitten.

Luc wees ons op een bepaalde plaats naar buizen die in de grond staken.  Deze dienen om het grondwaterpeil te meten. Als er in Knokke grote projecten doorgaan, zoals de bouw van appartementsgebouwen, dan zie je dat, door het pompen dat ze doen om die bouwputten droog te houden, het waterpeil naar beneden gaat.

We doen heel veel dingen waarvan de mensen niet beseffen, hoe ver dat deze reiken.  We zijn hier een heel eindje van de bebouwing verwijderd en toch kun je de gevolgen hiervan zien aan de daling van het waterpeil.  Dat scheelt soms wel tot 2 – 3 meter.

We kwamen ook geiten en pony’s tegen.  Het zijn geen tamme beesten, dus je moet niet proberen ze te aaien. Deze worden hier ingezet om de duinen te begrazen om te vermijden dat deze door grassen en struiken worden overwoekerd.

We zaten hier in Knokke-Heist, de laatste gemeente voor de Nederlandse grens.  In de verte zagen we de duinen van Cadzand liggen, maar helemaal links in de verte aan de einder wees Luc ons de duinen van Walcheren aan.  Vervolgens voorbij het dammetje van de zeilhaven van Cadzand, zag je een heel klein torentje priemen, daar zit je al in de haven van Vlissingen.  En dan helemaal naar links, moest je een verrekijker hebben, zou je de grote vuurtoren van Westkapelle zien liggen.

Luc wees ons in de duinen nog op verschillende andere plantjes zoals de boksdoorn, een nachtschade, waarvan de bloemetjes op die van de aardappel lijken. Boksdoorn bloeit het hele jaar door, maar is ook giftig zoals de meeste van de nachtschade familie.

Luc’s kennis van planten was haast onuitputtelijk, te veel om op te noemen.  In plaats van de geplande twee uur, duurde onze rondleiding haast een volle drie uren.

Dan werd het natuurlijk hoog tijd om de inwendige mens te versterken en in een zaak vlakbij het natuurgebied vonden we nog een ideale plaats om op een terrasje met een drankje deze leerzame wandeling in de zwinduinen van Knokke-Heist af te sluiten.

 

 

Zondag 22 augustus 2021 – 14 uur : Fietstocht De Moeren Route

Onmiddellijk naar de Foto’s

Onze natte zomermaanden indachtig, was er natuurlijk niets meer dat we wensten, dan dat het droog zou blijven tijdens onze jaarlijkse fietstocht. Die zondagmorgen zag het er immers nog niet zo goed uit.

Maar zie daar, onze wens kwam in vervulling.  Ook deze keer bleven de hemelsluizen gesloten, maar in plaats daarvan kregen onze kuiten een fikse tegenwind te verduren.  Met 13 diehards verzamelden we aan het kasteel van Beauvoorde in de verre Westhoek. Alhoewel met 13 .…  er was er toch eentje bij die er niets beter op gevonden had, dan al aan het restaurant te gaan staan, waar we die avond gingen dineren. Kwestie van op tijd te zijn 😉

Het was reeds van mei 2017 geleden, dat we met Liever Gelijk nog in Beauvoorde geweest zijn, toen  voor ons weekend in de Kapelhoeve.

Gauw nog een groepsfoto genomen en dan gingen we van start.

De Moeren, een beetje geografie en geschiedenis:

Aan beide zijden van de Frans-Belgische grens ligt tussen Veurne en Duinkerke het poldergebied ‘De Moeren’. Deze heeft een oppervlakte van +/- 3.500 ha, waarvan 1.450 ha in België en 2.050 ha in Frankrijk.

Aan het einde van de middeleeuwen bestond het gebied van De Moeren uit een laaggelegen moeraslandschap met twee grote poelen, de Kleine en de Grote Moere. Al vanaf het begin van de zeventiende eeuw is er getracht De Moeren in te polderen; hoewel dat enkele malen gelukt is, werd het gebied later toch weer overstroomd. Pas in 1826 werd het definitief drooggelegd.

Thans behoren de Moeren tot de rijkste landbouwgronden van Veurne-Ambacht.  Het diepste punt van De Moeren, ruim twee meter onder gemiddeld zeeniveau, is tevens het diepste punt van België.

Deze polder is bijzonder boeiend, zowel historisch, geografisch, als op het vlak van de waterhuishouding en de waterwegen- en kavelstructuur. Omdat ze zo laag liggen, moeten de 3.500 ha landbouwgrond volledig en permanent kunstmatig bemalen worden. (Wikipedia)

Vanuit Beauvoorde reden we dra voorbij het stemmige kerkje van Izenberge, met een bocht rond het kerkhof, de landerijen in.  Weldra kwamen we aan onze eerste stopplaats in Leisele, bij de herberg In de vetten Os, gekend voor zijn picons. Niemand echter, die zich daar reeds aan waagde.

Leisele is een charmant en rustig dorpje, de huizen netjes gedrapeerd rond het dorpsplein aan de kerk.  Toch een beetje té rustig naar onze zin.  We stelden ons de vraag, waar moet je ginder naar toe als homo met Veurne als het meest nabije stadje?

Dan verder naar Houtem. Ook weer met een onvervalst landelijk karakter en heel middeleeuws aandoend met zijn oude pastorie.

Daar hing een plakkaat met de volgende vermelding: Tussen 23 januari 1915 en 18 oktober 1918 bevond zich hier het Groot Hoofdkwartier van het Belgische leger.  Het Groot Hoofdkwartier bestond uit de opperbevelhebber van het Belgische leger, koning Albert I, met zijn staf en diensten. Ze werden bijgestaan door andere officieren en specialisten.

Tot nu toe was het landschap zacht glooiend, het typische geborgen Houtland van Veurne-Ambacht.  Weldra zouden we in de échte Moeren belanden.

En het was daar dat onze Jan, letterlijk zijn pedalen verloor.  Gelukkig kon hij zich laten meetrekken aan de sterke en welwillende schouders van onze elektro en andere bikers.

We fietsten nu niet meer over kronkelende veldbaantjes, vaak beschut en beschermd door bomen, hagen en struikgewas, maar op lange en kaarsrechte banen naast afwateringslopen en dito sloten. Brede rietkragen zoomden deze waterlopen af.

Zo passeerden we aan het pompgemaal “De Seine”.

Zoals eerder vermeld, dient het poldergebied De Moeren nog steeds constant ontwaterd (bemalen) te worden.  Hiervoor worden het pompgemaal “De Seine” en de molen “Sint-Karel” ingezet.  Deze twee pompstations dienen de Moeren te vrijwaren voor overstromingen.

Zo kwamen we aan een volgend restant uit het verleden: het Douaneschuilhuisje De Moeren.

We lazen er de volgende verklarende tekst: “Nauwelijks bevolkt en grensoverschrijdend vormden de Moeren jarenlang een uitgelezen terrein voor smokkelaars of “blauwers”. Evenwel niet zonder gevaar, want de ‘kommiezen’ lagen natuurlijk op de loer. Door weer en wind en bij nacht en ontij trokken de douaniers er te voet of met de fiets op uit om de ‘blauwers’ in de kraag te vatten. Menig wandelaar en fietser zal beamen dat dit schuilhokje in de weidse moerenvlakte een ideale verpozing kon bieden en dat was natuurlijk ook zo voor de ambtenaren van de administratie der Douane en Accijnzen.  Men vond dergelijke geïmproviseerde aubettes (wachthuisjes) overigens aan beide zijden van de grens.

Het kommiezenkotje op de hoek van de W. Coberghestraat en de Noordmoerstraat is kort na de Tweede Wereldoorlog opgebouwd. Ten tijde van de velddienst per fiets fungeerde het als een controle- en observatiepunt met een uitstekend zicht over het gebied en op de grensovergang van de toenmalige Noordstraat (thans Noordmoerstraat). Het is overigens het laatst overgebleven schuilhokje van de drie die destijds gebouwd werden. Een uniek restant uit een tijd dat er nog grenzen waren.

Wij konden er met alle gemak passeren, immers in de “kommies” die het kotje bewoonde, zat er niet al te veel leven.  Toch maar een saaie job om er al decennia lang als een soort vogelschrik te moeten fungeren en het leven aan zich te zien voorbijgaan.

We waren nu al een goeie drie uur onderweg en weldra kwamen we aan onze laatste stopplaats.

Een luttele honderd meter verwijderd van de fietsroute, helemaal verscholen tussen het groen, werden we verwelkomd door Edgard op zijn kasteel Sinte Flora.

We mochten plaatsnemen aan de achterkant van het kasteel bij de Orangerie en met zicht op de kasteeltuin en – vijver.

Nadat Edgard ons de drankjes had gepresenteerd, deed hij zijn verhaal.

Na jaren van leegstand kocht hij samen met zijn zoon het kasteel aan, begin 2017.

Een domein vol geschiedenis, want Koning Albert I en zijn vrouw Elisabeth verbleven hier een jaar tijdens WOI. De vorige eigenaars hadden het historische pand voor meer dan een miljoen euro beginnen te restaureren, maar gingen met hun bedrijf over de kop.  Toen Edgard en zijn zoon Sinte Flora voor het eerst bezochten, was er nog maar weinig over van de oorspronkelijke grandeur van dit kasteel dat in 1851 in neoclassicistische stijl werd opgetrokken.

Edgard vertelt: Het onkruid stond metershoog in de tuinen, de ruiten werden overwoekerd door klimop en het regende op verschillende plaatsen even hard binnen als buiten. Het terras waar we nu zaten was indertijd bedekt met een 30 cm dikke grondlaag.

We mochten even in de verschillende ruimtes beneden rondneuzen en waren wel onder de indruk van wat Edgard in die paar jaren allemaal had gerealiseerd. De Orangerie herbergde een grote receptieruimte, daarnaast een feestzaal in het bijgebouw.  De vertrekken daarachter waren ingericht in de oorspronkelijke stijl met authentieke meubels en schilderijen uit de 19e eeuw.

De ruimtes boven hebben we niet bezocht, zo ver riskeerden we ons immers niet.

Spijtig genoeg lagen tijdens de coronaperiode alle feesten en recepties stil.  Edgard hoopt om zo spoedig mogelijk weer die draad op te kunnen nemen.

Sinte Flora, zeker een bezoekje waard.

Daar realiseerden we ons echter dat er eentje ontbrak.  We waren zo druk bezig met Edgard en het kasteel, dat we niet in de mot hadden dat Philippe verdwenen was.

Blijkbaar was hij bij een plaspauze onze groep uit het oog verloren en omdat wij van de fietsroute afgeweken waren om het kasteel te bezoeken, fietste hij regelrecht verder naar onze eindbestemming in Beauvoorde.  Daar vonden we hem terug op het terras van een plaatselijk dorpscafé.

We konden hem nog troosten met de woorden, dat zijne cafébaas toch wel veel knapper was dan die van kasteel Sinte Flora.  Eind goed, al goed.

Het was een heel interessante fietstocht doorheen een toch wel onbekend stukje West-Vlaanderen met her en der verborgen pareltjes. De moeite waard om te doen.

Met nog een tiental uitgehongerde fietsers sloten we ons dagje De Moeren af in het stemmige restaurant De Reygaerd in Avekapelle.

Zondag 17 augustus 2014 – De riante polderroute

  • Laatst hoorde ik onze weerman Frank Deboosere nog zeggen, dat de zomer van 2014 één van de natste zomers ooit zou worden.

    En dat we het geweten hebben, het regende op de dag van onze bbq en die zondag van onze fietstocht voorspelde ook niet veel goeds.

    In de week daarvoor de buienradar en de weersvoorspellingen in het oog houden en maar hopen dat de regenwolken voorbij zouden schuiven en dat het naar het weekend toe zonniger zou worden.

    Niets was minder waar.  Op de morgen van onze fietstocht regende het her en der.

    Die voormiddag nog een paar ongeruste telefoontjes gekregen of de fietstocht wel door zou gaan en of er anders een alternatief zou zijn ?

    Aangezien we het noodlot graag tarten en niets uit de weg gaan, zeker niet een beetje regen, besloten we het er toch maar op te wagen. Voor alle zekerheid toch maar een regenjasje en droge kleren meegenomen.

    Wat deze fietstocht een extra cachet gaf, was, dat een paar dagen daarvoor een eindejaarsstudente van de howest mij opbelde met de vraag of zij, in het kader van een opdracht, onze groep niet eens mocht interviewen, terwijl wij ook gefilmd werden.

    Natuurlijk was dat (voor mij toch) geen probleem en we spraken af aan de kerk van Oostkerke.

    Het thema ging over het wel of niet gebruiken van medicatie als voorbehoedsmiddel tegen hiv.

    Terwijl Annelies de interviews van een aantal chinese vrijwilligers afnam, filmde cameraman Björn het gebeuren.  We waren blij, dat we deze jonge mensen een beetje mochten helpen en weldra vertrokken we welgezind én zonder regen richting de riante polders.

    Met 15 man waren we, die deze fietstocht gingen trotseren, waaronder ook nog 2 vrienden van Wim en Tom.  Zij waren het hele eind van Beernem naar Oostkerke op hun tandem gekomen.  En moesten nadien natuurlijk nog die hele weg terug fietsen.  Chapeau !

    Algauw fietsten we langs de schilderachtige Damse Vaart, doorheen het drukke Damme.  Dan richting Knokke-Heist.  Landelijke paden wisselden af met drukke gewestwegen, waar nog volop aan gewerkt werd.   In de verte ontwaarden we de haven van Zeebrugge voordat we het knusse Ramskapelle indoken.  Weldra kwamen we aan in Heist en nog juist op tijd om te schuilen voor een regenbui doken we een cafeetje binnen voor onze eerste halte.

    Verder ging het dan langs het strand van Heist totdat we in het mondaine Knokke-Zoute aankwamen. Aan een verkeerslicht moesten we noodgedwongen stoppen, het uitzicht echter was de moeite waard.  Voorbij de Casino en de club La Réserve, doken we de villawijk in.  Het moet daar ergens gebeurd zijn, dat we Luc en Jan even waren kwijtgespeeld. Ze bleven even achter om van “fiets te verwisselen”.  Wij hadden waarschijnlijk een bordje gemist en fietsten rechtdoor, terwijl zij, naar eigen zeggen, het juiste pad hadden gevolgd door “de bosjes in te duiken”.

    We zullen hen maar het voordeel van de twijfel geven.

    Weldra kwamen we weer op landelijke wegen en togen we richting Nederland, Zeeuws-Vlaanderen.  In de verte zagen de we indrukwekkende toren van Sint-Anna ter Muiden reeds opdoemen.  En zo belandden we terug aan de Damse Vaart.

    Daar vonden we onze tweede en laatste halte in Taverne Welkom om onze kelen nog eens door te spoelen. Ook de garçon mocht hier wel gezien zijn.  Dan was het tijd om de laatste kilometertjes aan te vatten, we mochten immers niet te laat zijn op onze afspraak in restaurant “Ter Polders”.

    Natuurlijk moest het onze Ronny weer overkomen, dat hij met ne platten tube stond. Enfin, een barmhartige ziel heeft hem dan maar vanachter op zijne vélo meegenomen tot we weer aan het kerkje van Oostkerke stonden.  Just in time, want toen openden zich de hemelsluizen.  We hadden inderdaad een hoerenchance, dat we die dag droog zijn gebleven en mochten genieten van een zalig fietstochtje doorheen de Vlaamse polders, het zeetje hebben gezien en de rustige wegeltjes van een stukje Holland mochten verkennen. Het was een hele mooie en aangename tocht.

    Bij Ter Polders stond ons tafeltje reeds gedekt. Jan uit Oostende en Antoine uit Brakel kwamen ons gezelschap nog vervoegen.  Het was best een gezellig restaurantje en de kaart beloofde een culinair orgasme. Toch voor diegenen die zich niet aan de Bouillabaise hadden gewaagd.  Dat was wel een beetje een afknapper, want enkel naar schelpjes hengelen en geen visje aan de haak kunnen slaan, was een orgasme in mineur. Maar enfin, volgens de kok was het “Bretoense” Bouillabaise.

    Men weze gewaarschuwd voor een volgende keer: geen Bretoense Bouillabaise meer !

Zondag 4 juli 2021 – Triënnale Brugge